Veel mensen kennen het gebruik van paardenmelk amper of helemaal niet en denken dat dit een nieuw verschijnsel is. Het tegendeel is echter waar, want sinds mensenverheugenissen wordt er al gebruik gemaakt van paardenmelk.

De oudste bronnen die melden over het gebruik van paardenmelk voor voedselvoorziening van de mens, dateren van 800 voor Christus. Het gebruik van paardenmelk wordt er beschreven in ‘Ilias’ van Homerus. Hier wordt gesproken over Hippomolgen of Paardenmelkers.

Herodotus schreef, in 500 v.C., aan paardenmelk de volgende eigenschappen toe: ‘Nutrit, robetat, alretat ‘. Wat staat voor ‘ze voedt, versterkt en geeft nieuwe energie’. Cleopatra wist ook dat paardenmelk goed voor haar was. Ze baadde er elke ochtend in en dronk dagelijks haar dosis paardenmelk. Dit deed Cleopatra omdat ze geloofde dat het haar geestelijke en lichamelijke weerstand zou verhogen, maar nog meer omdat ze ervan overtuigd was dat het haar de eeuwige schoonheid schonk.

Zo zijn er tot op de dag van vandaag verhalen bekend, en onderzoeken gedaan naar de werking van paardenmelk.